Interview Johan Conijn

print doorsturen

Johan Conijn“Portaal is een maatschappelijke organisatie en maakt daar serieus werk van. Daarmee vervult het een voortrekkersrol.”

Verantwoording afleggen

Woningcorporaties zijn maatschappelijke organisaties. Portaal legt voor deze rol verantwoording af met behulp van zes doelstellingen en het model ‘Sturen op prestaties’. De doelstellingen zijn: huisvesting van huishoudens met een laag inkomen, een laag midden inkomen en een aangepaste woonvraag op dusdanige wijze dat de huurders tevreden zijn over de woning, de woonomgeving en de dienstverlening. Is dit afdoende, of is er meer voor nodig om maatschappelijke verantwoording af te leggen? Johan Conijn, hoogleraar aan de Amsterdam School of Real Estate, laat er zijn licht over schijnen.

"Het afleggen van maatschappelijke verantwoording door middel van het formuleren van doelstellingen is op zich prima. Maar er dienen enkele verdiepingen onder te liggen. Namelijk: beschrijving van het niveau waarop je vindt dat ze gerealiseerd moeten worden, een methode om dit te monitoren plus het op basis daarvan bijsturen indien dat nodig is. Het gaat dus om méér dan etiketten alleen. Doelstellingen formuleren is niet genoeg. Je moet ook die tweede stap zetten. Dat lijkt logisch. Toch doen veel corporaties dat niet. Dat komt omdat de buitenwereld, de minister en de toezichthouder, daar niet op die manier om vragen. Men kijkt vooral naar kwantitatieve prestaties, maar niet of nauwelijks naar kwaliteit, naar tevredenheid.”

Voortrekkersrol

“Portaal is een maatschappelijke organisatie en maakt daar serieus werk van. Daarmee vervult het een voortrekkersrol. Doelstellingen zijn geformuleerd, geconcretiseerd, worden gemonitord en waar nodig aangepast. Daarnaast koppelt Portaal dit aan de hoeveelheid beschikbare middelen. Binnen het hiervoor ontwikkelde model ‘Sturen op prestaties’ wordt getracht om zo hoog mogelijk te scoren op de verschillende doelstellingen, echter binnen de financiële mogelijkheden. Zo wordt het belang van de doelstellingen ten opzichte van elkaar ook steeds afgewogen.”

Regionaal vertalen

“Je kunt natuurlijk wel van mening verschillen over de precieze doelstellingen. Die moet je als corporatie niet in isolement vaststellen. Je moet ze ophalen bij de belanghouders, zoals de gemeente en de bewonersorganisaties. Op die manier komt een maatschappelijke verankering tot stand. Daarnaast is het, zeker bij een corporatie met vijf afzonderlijke regiobedrijven als Portaal, van belang om de doelstellingen regionaal door te vertalen. Werk ze concreet uit per gebied, omdat de behoeften van de verschillende doelgroepen van stad tot stad zullen verschillen. Stem ze af met de betreffende gemeenten en bewonersorganisaties. Als je dat niet doet, verlies je je regionale gesprekspartner en wordt het lastig om draagvlak voor de doelstellingen te verwerven.”

Abstract geformuleerd

“Ontbreekt er een maatschappelijke prestatie in de zes doelstellingen van Portaal? Ze zijn dermate abstract geformuleerd, dat alles erin lijkt te passen. Daarom dient er onder dergelijke doelstellingen een boomstructuur te hangen van nader geconcretiseerde subdoelen. Bijvoorbeeld met betrekking tot het huisvesten van huishoudens met een aangepaste woonvraag; over welke doelgroepen heb je het dan precies? Daarnaast lijken de drie doelstellingen, die betrekking hebben op tevredenheid, nogal klantgestuurd. Als zij tevreden zijn, is het goed. Maar een dergelijke tevredenheid is een momentopname, van dat deel van de huurders dat de moeite neemt om een vragenlijst in te vullen. Een corporatie heeft daar ook een eigen verantwoordelijkheid in. Kwaliteit moet niet alleen afhangen van de tevredenheid op korte termijn, maar dient ook voor de langere termijn geborgd te zijn. In de formulering van de doelstellingen van Portaal komt dit aspect nog niet duidelijk genoeg naar voren.”

Rol minister

“De vraag is of corporaties zelf mogen bepalen hoe ze zich maatschappelijk verantwoorden, of dat dit meer een taak is van de minister. Naar mijn mening is het beide. De minister dient een aantal landelijke doelstellingen te bepalen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de beschikbaarheid van voldoende woningen in Nederland en de krachtwijken-problematiek. De toezichthouder bewaakt in hoeverre deze doelstellingen behaald worden. Daarnaast is het aan de corporaties om samen met de regionale belanghouders aanvullende, andere doelstellingen te formuleren. Het toezicht van de minister zou ten aanzien van deze regionale doelstellingen niet primair inhoudelijk, maar procesmatig dienen te zijn. Worden er afspraken gemaakt en worden ze nageleefd? Zo ontstaat een blauwdruk voor maatschappelijke verantwoording, waar elk van de betrokken partijen zijn rol in heeft. Het is aan de corporaties om de hen toegedichte rol op een goede en concrete manier invulling te geven.”

 

Bron: Interview Johan Conijn, pag. 23 (PDF 625 kB)

Voeg toe aan Mijn artikelen